2 januari 2012

‘Schenking terzake des doods’ notarieel vastleggen


Veel ouders schenken vermogen aan hun kinderen door middel van een schenking onder schuldigerkenning. Het voordeel van zo’n schenking is dat die geen liquiditeiten vergt: de ouders kunnen vermogen overdragen zonder dat het hun geld kost. De schenking onder schuldigerkenning wordt daarom ook wel een ‘papieren schenking’genoemd. Bij zo’n schenking wordt vaak vastgelegd dat de kinderen de vordering op hun ouders pas kunnen opeisen nadat de langstlevende ouder is overleden. Die bepaling maakt de schenking onder schuldigerkenning tot een ‘schenking terzake des doods’, een schenking die pas uitgevoerd wordt ná het overlijden van de langstlevende ouder. Zo’n schenking moet bij notariële akte zijn gedaan wil die rechtsgeldig zijn. Is de schenking met een bepaling ‘des doods’ bij onderhandse akte gedaan, dan vervalt de schenking door het overlijden van de schenker, zo heeft de Hoge Raad onlangs beslist.

Onderhandse akten
Carla de Waal was de enige erfgenaam van haar in 2006 overleden moeder Ankie van Rijn. Moeder Ankie had haar dochter Carla in de loop der jaren bij onderhandse akten diverse bedragen schuldig erkend, tot een totaalbedrag van € 208.316. In die onderhandse akten was steeds bepaald dat de moeder die bedragen schuldig had erkend uit vrijgevigheid, dat zij die bedragen schuldig bleef tegen een jaarlijkse rentevergoeding van 5%, én dat dochterlief de bedragen niet kon opeisen gedurende het leven van haar moeder. Voor de schenkingen was steeds aangifte schenkingsrecht gedaan. 



Schenking vervalt na overlijden
Carla bracht het totaalbedrag van de schuldig erkende bedragen in mindering op haar verkrijging krachtens erfrecht. De inspecteur weigerde dat: hij stelde dat de schenkingen bedoeld waren om pas na het overlijden van moeder te worden uitgevoerd, en dat de schenkingen door haar overlijden waren vervallen omdat die niet bij notariële akte waren gedaan.


Uitzondering voor notariële akte
In de daaropvolgende procedure was de belastingrechter het daar mee eens. 
Hof Arnhem én de Hoge Raad kwamen tot de conclusie dat de bepaling omtrent de opeisbaarheid van de vordering met zich meebracht dat de schenking pas na afloop van het leven van moeder uitgevoerd moest worden: de verbintenis die uit de schenkingsovereenkomst voortvloeide zou pas na haar overlijden feitelijk worden nagekomen. Dat maakte de schenking tot een schenking terzake des doods. De schenker kan zo’n schenking al bij leven uitvoeren, door de schuldig erkende bedragen af te lossen (ook al kan de begiftigde die nog niet opeisen), maar als dat niet is gebeurd vervalt de schenking door het overlijden van de schenker. Het Burgerlijk Wetboek maakt een uitzondering op deze regel voor het geval de schenking bij notariële akte is gedaan. Die uitzondering deed zich niet voor: de schenkingen waren bij onderhandse akten gedaan. Het feit dat moeder over de schuldig gebleven bedragen steeds jaarlijks 5% rente had betaald, deed daar niet aan af.


Erfbelasting papieren schenking
Een duidelijke uitspraak: schenkingen onder schuldigerkenning moeten bij notariële akte worden gedaan. Is dat niet gebeurd, dan moet de gulle gever de schenking alsnog bij leven uitvoeren en de schuldig gebleven bedragen voor zijn overlijden aflossen. Gebeurt dat niet, dan heeft de vermogensoverdracht bij leven niet het beoogde effect: bij overlijden wordt de papieren schenking alsnog met erfbelasting getroffen.

Bron: Uitgeverij MKB Fiscaal Advies BV

Postbus 3112 - 2001 DC - Haarlem - 023 5319057
© Van Berkel Accountants 2012